Uit de oude doos | Breekpunt

5 september 2011

Een fractie van een seconde, meer had ik niet nodig. Het ene moment sta ik iemand uit te leggen waar hij moet parkeren, een seconde later word ik – ondersteund door mijn twee collega’s die zich het apenzuur zijn geschrokken – op een stoel gehesen omdat ik zelf niet meer rechtop kan staan… In een vloek en een zucht (heb ik nu alle cliché’s gehad?!) voelde ik tijdens mijn loopje op het podium op weg naar mijn collega mijn rechterbeen zo onder mij weg glijden. Ik besef wat er gebeurt en denk alleen maar “oh jee, ik val! Baby!” en – bewust of onbewust – land ik op mijn linkerknie (auw) met mijn rechtervoet in een zodanig standje dat ik niet meer zelf op kan staan (nog meer auw). Paniek in het theater.

Het is maandagmiddag 5 september 2011, ik ben net een kwartier aan het werk. I.v.m. mijn zwangerschap werk ik de laatste paar weken halve dagen en vandaag toevallig de middag. De officiële ceremonie t.g.v. de opening academisch jaar 2011-2012 gaat over een uur beginnen. Het College van Bestuur komt net binnen voor de generale repetitie. En daar zit hun secretaresse, in tranen (hormonen hè) op het podium, op een stoel die daar niet hoort te staan. Iedereen vraagt meteen naar de baby, maar ik ben toch niet op mijn buik gevallen?! Of toch wel?! Nu begin ik aan mezelf te twijfelen, maar ja het ging ook zo snel! Ik moet met de ambulance afgevoerd worden is de conclusie. Nou ja, laat me eerst maar eens van dat podium af komen en wat drinken en dan kijk ik wel wat ik doe. Dat opstaan en lopen gaat toch niet zo gemakkelijk. Mijn voet doet meer pijn dan ik dacht en ik kan er niet op staan of lopen. Als ik weer zit en er een wijnkoeler (bij gebrek aan coolpack) om mijn voet is geschoven, bel ik manlief maar eens om te vragen waar hij zit en of hij me kan komen ophalen. “Maar hoe zit dat dan met je werk?” is het eerste dat hij vraagt.

Aangezien mijn collega’s ervan overtuigd zijn dat ik naar de EHBO moet; met ambulance, taxi of hem, stel ik hem gerust dat het met dat werk wel goed komt. Een kwartier later staat mijn privechauffeur voor de deur. De rust zelve. Wat is het toch fijn als iemand zo rustig kan blijven. Wat vullen wij elkaar op dat gebied toch goed aan. Aangezien de achterbank dichterbij is dan de passagiersstoel voor, laat ik me ook echt chaufferen naar het ziekenhuis. Normaal rijd je automatisch naar de parkeergarage. Tegen de tijd dat iemand die echt in levensgevaar is op de bewegwijzering heeft gevonden welke kant hij op moet voor de EHBO, issie al lang dood gebloed.

Eenmaal binnen (en in een rolstoel gehesen) word ik linea recta doorgestuurd naar Verloskunde (neeeeee ik wil nog niet!!), waar ik een half uur aan de monitor word gelegd om de hartslag van onze kleine druktemaker – die zich het afgelopen uur wel erg rustig heeft gehouden – te checken. Een half uur… hmmmm, ik vraag maar niet of ik nog even mag plassen.
Na een gesprekje met een schattige co-assistente (“even denken wat ik nog meer moest vragen”), blijkt dat er geen gekke dingen zijn geconstateerd. Als ik dat wil, mag ik ook nog met een – ik citeer – echte dokter praten, maar dan moet ik wachten want er ligt nu iemand te bevallen. Nu ik echter zijn hartje weer gehoord heb en hem weer spreekwoordelijke koprollen heb zien en voelen maken, ben ik genoeg gerust gesteld om aan het tweede deel van mijn EHBO-avontuur te beginnen: mijn enkel. Terug naar de Spoedeisende hulp, alwaar het lange wachten kan beginnen (let op de woordspeling…)

In de wachtkamer leest man twee tijdschriften. En hij leest echt, niet zoals ik plaatjes kijken en bladeren. Ik eet een Evergreen (excuus, reclame, granenbiscuit zoals Sonja B. ze noemt), drink nog wat water en twijfel of ik naar de wc ga hinkelen of niet. Ik besluit nog even te wachten. We zullen toch wel zo aan de beurt zijn. Ja ja, dat wel. Me niet realiserend dat het wachten vrolijk verder gaat als je eenmaal die glazen deur door bent.

In kamertje 14 (klinkt ook zo lekker) moet ik dan toch mijn steunkous uit trekken, die tot dan toe de pijn een beetje heeft tegen gehouden. Een trekje hier, een duwtje daar en meneer de dokter (wel een hele vriendelijke gelukkig) vertelt lekker plastisch dat het best kan dat een botje door een peesje is meegetrokken en afgebroken. Iiieeeuwww, let’s hope not!! Om het zeker te weten moeten we “even” een fotootje maken. Nee, door alles in het verkleinwoord te zetten word het er niet leuker op ofzo hoor… Het wachten duurt voort en de klopgeest in mijn voet dient zich aan. Gelukkig had ik ook chocolaatjes in mijn tas.

De foto maken is zo gepiept. De straling kan in deze fase van de zwangerschap gelukkig geen kwaad meer voor de kleine, die is al “compleet” zeg maar. Mijn voet in het juiste standje manoeuvreren is helaas niet geheel pijnloos. Maar het algemene motto in het ziekenhuis is “jammer, maar het moet even”, zal ik ook later ondervinden. Na twee shots staat ie erop en is het vervolgens wachten op de uitslag. Ons doktertje weet het niet zeker en vraagt om een second opinion. Maar het is bijna 17:00 uur en de collega’s zijn moeilijk te vinden. Als hij er eindelijk een aan de lijn heeft, heeft die eigenlijk geen tijd maar ‘belt zo terug’. En ook het woord “zo” blijkt een relatief begrip, want na drie kwartier hebben we nog steeds niets gehoord. Inmiddels zijn man en ik zo ballorig en melig van al dat wachten dat het – voor mij althans – als een donderslag bij heldere hemel komt als doktertje een kwartier later terugkomt met de mededeling dat het inderdaad gebroken is.

“We gaan een gipsje aanleggen, daar mag je een week niet op lopen. Kom je volgende week maandag terug en dan kijken we verder. Ik geef je ook trombosespuitjes mee, omdat je alleen maar zult liggen en niet bewegen en ook nog eens zwanger bent.”

Ik wil even gewoon hysterisch brullen… Gips… Niet lopen… SPUITEN….. NEEEEEEEEEE.

Daarna gaat het allemaal snel. Het gipsmeisje staat binnen no-time voor mijn neus en kijkt me aan met een blik van “sjezus wat stel jij je aan”. Ik voel me even geen bijna-mama meer, maar gewoon flink k*t – excusez le mot – en zit te rillen van de stress en spanning. Voor ik het weet heb ik een gipspoot van mijn dikke teen tot aan mijn knie (ik mag nog wel kiezen wat voor kleur), is er een spuit in mijn bovenbeen gejast, zit ik weer in mijn rolstoel en krijg ik krukken mee voor thuis.

Einde oefening. Om 19:00 uur zit ik op de bank, met mijn been omhoog. En vloekt mijn rode gips bij mijn roze nagels.

Meer Steefproof

I’m a writer, you know!

Joey Tribbiani (uit de serie Friends) had er waarschijnlijk geen last van, dat Imposter Syndrome. Regelmatig verkondigde hij “I’m an actor, you know!”, maar ondertussen

Verder lezen