Passie of psychisch?

“Nee, wat jij hebt is psychisch.” Bijna gooi ik een spons naar mijn man als hij dit lachend antwoordt terwijl we onze auto’s staan te wassen en ik – al mopperend – de vergelijking maak tussen passie voor auto’s en passie voor boeken. 

Het interesseert mij namelijk werkelijk niet of mijn auto vies is of niet. Hij moet veilig rijden en ik moet goed zicht hebben. Dus ramen wassen; ja, daar zie ik het nut van in. Maar met een trekker en een gietertje water gaat dat prima. De rest van die auto; niet boeiend. En wat een ander ervan vindt zal me “aan me reet roesten” – in papa’s woorden. Sowieso niet veel, denk ik, als ik kijk naar het gedrag van andere weggebruikers ten aanzien van mijn kleine auto. “Laten we die eens even van de snelweg duwen” of “die kleine is toch niet zo snel, die snij ik wel even af”. Ik schijt misschien zeven kleuren als ik in de auto zit, ik kan ook schelden als een Italiaan. Maar dan wel met de raampjes dicht.

Elke euro die ik uit moet geven aan het kreng doet pijn. Bij elke onderhoudsbeurt of bandenwissel bij de garage denk ik “Auw. Dat was weer een leuke Michael Kors uit de outlet. Of een mooie Gucci portemonnee uit Italia. Of een nieuw paar bijpassende schoenen.” Terwijl ik over de aankoop van een nieuwe tas of paar schoenen best een tijdje na kan denken, gaat bij het afrekenen bij de garage de pinpas zonder enige moeite erdoor. Zonder moeite, maar niet zonder pijn.

Een keer per jaar, als het woestijnzand weer eens is overgewaaid – en mijn man de ellende echt niet meer kan aanzien, sta ik met dikke tegenzin (want ik wil eigenlijk 600 andere dingen doen op dat moment) Kalimero in te soppen. Zonde van mijn tijd want “morgen regent het toch weer”. We wonen immers in Nederland.

Ik vergelijk hoe ik mijn auto onderhoud met hoe andere mensen (waaronder mijn man) met boeken omgaan. Aan mijn boeken zie je niet dat ze gelezen zijn. Mijn boekenkast ziet eruit als in de winkel; met mooie strakke ruggen. De boekenkast van mijn man is een ander verhaal. 

Om te beginnen is die niet compleet, want hij leent zijn boeken met regelmaat uit aan zijn vader. Wil ik dus een nieuw boek voor hem kopen, dan biedt een snelle blik in de kast geen volledige garantie dat hij een boek nog niet heeft. Niet heel handig maar tot nu toe is het redelijk goed gegaan.

Mijn man leest ook een compleet ander genre dan ik. In zijn kast overheerst voornamelijk zwart. Duistere thrillers, bloederige verhalen en ander leed waarvan ik geen oog dicht doe. Geef mij maar mooie roze feelgood, historische romans of verhalen die zich afspelen in Italië.

Mijn boekentips vind je hier.

Als je rug kapot is, ben je voor altijd beschadigd
Zoals ik al schreef, zien mijn boekenkasten – meervoud, want ik heb uiteraard een groter oppervlak, net zoals mijn deel van de kledingkast – eruit zoals in de winkel. Het enige verschil is dat ze bij mij twee rijen dik staan, en soms nog een paar er bovenop. En ik kan aan de rug niet zien of ik een boek nou al gelezen heb of niet. Daarvoor moet ik echt de achterkant lezen. Ik kan er namelijk echt niet tegen als de rug van een boek “geknakt” wordt, dat vind ik zó zonde.

Mijn liefde voor mooie boeken gaat ver, want als iemand een exemplaar van mij in zijn handen heeft, verlies ik boek én persoon niet uit het oog. Eén knak en hij is voor altijd kapot. Dat trek ik niet. Daarom leen ik mijn boeken nooit uit. Alleen aan mijn moeder, omdat ze weet dat ze ze echt echt écht niet mag knakken. Andere mensen begrijpen dat niet en nadat ik ooit een boek terug kreeg dat letterlijk kapot gelezen was, kocht ik eerst een nieuw exemplaar en heb ik mezelf daarna plechtig beloofd nooit meer een boek uit te lenen. Als je het zelf niet wilt kopen, ga je maar naar de bieb. Dat doe ik niet uiteraard, want die boeken vind ik vies haha. Niet Steefproof.

“Steef doesn’t share books.”

Volgens mijn man lees ik ook ‘raar’; want omdat ik die rug niet wil knakken houd ik mijn boek op een bepaalde manier vast. Eerst leg je ‘m op z’n linkerkant, om die pagina te lezen en vervolgens de rechter. Klinkt misschien ingewikkeld, is het niet.

Is het psychisch? Ik weet het niet hoor. Ik ken mannen die meer aandacht aan hun auto besteden dan aan hun vrouw*. Maar dan heet het passie. Zodra een vrouw ergens voor gaat, of dat nou een boyband is of boeken zijn, dan is het ineens psychisch. Yeah, sure. Vast een man die dat bedacht heeft.

* De mijne niet hoor, die doet gelukkig normaal. En ik weet inmiddels dat ik een week niet mag eten in de auto als ie ‘m net gewassen heeft, maar dat gaat vanzelf weer over.

Meer Steefproof