Je weet dat ik nooit over mijn werk als management assistent blog. De koetjes en kalfjes ja, of beter gezegd de koffietjes en het kopieerapparaat, die komen wel eens voorbij. Nooit iets inhoudelijks. Ik mag dan wel hysterisch zijn af en toe (ahum haha), integer is ook my middle name. Net zoals bij interviews. Maar wat ik nu heb meegemaakt, dat schreeuwt gewoon om een blog.
Een keer per jaar organiseren we met ons team een uitje. Bemoeial als ik ben, heb ik daar natuurlijk graag een vinger in de pap. Steef gaat geen schapen hoeden he. Gelukkig zijn we over het algemeen heel erg eensgezind want voor de derde keer op rij heeft ons uitje dit jaar weer te maken met eten. Na een moorddiner (verzorgd door Podium Vier) en een kookworkshop gaan we dit jaar vlaaien bakken. Ik zie het al helemaal voor me; een mooie S met een omgedraaide T op die “deksel”… Een echte Twisted vlaai! Of maak ik twee T’s boven elkaar zodat het een echte Thatter vlaai wordt?? Oh de keuzestress…
De eerste error krijg ik echter zodra er daags voor aanvang een mailtje binnenkomt: “denk eraan: lange haren vast en ringen af!” Die haren vast dat snap ik maar ringen af? Hoezo ringen af?! Wil je zeggen dat ik met mijn blote handen ergens in moet?!
Als we binnenkomen bij Het Bak Atelier in Valkenburg, zie ik gelukkig heel veel keukenmachines staan. Maar nadat deze ekster al haar sieraden en horloge heeft afgedaan en de haren in de klem zitten, zie ik ook een hoop ingrediënten in een mengkom zitten en een paar ernaast. “Waar zijn m’n handschoenen?” vraag ik me – gelukkig niet hardop – nog af. Maar na de eerste instructie van bakker Roel Peeters is het duidelijk: “We’re going in.”
Mijn gezicht moet de meest spastische doch fotogenieke trekken hebben gehad, afgaande op de reacties van mijn collega’s. Gelukkig is dat – voor zover ik weet – nergens vast gelegd want ook hier geldt: “I’m the content creator of the group.”

“Thuis doe ik dit met een mixer” en “thuis had ik al honderd keer mijn handen gewassen” heb ik denk ik wel twintig keer geroepen. Ik kook niet graag maar bakken komt bij mij ook vaak niet verder dan “voeg water toe en mix tien minuten op de hoogste stand” of “gooi alles in de blender”. Gelukkig legt Roel ons stapje voor stapje elke fase van het vlaaibakken uit. Het kan bijna niet misgaan, zou je denken.
Sinds kort mag niet meer elke vlaai ‘Limburgs’ heten. Dat mag alleen als het een dagvers product is, bereid in Limburg, waarbij de vulling is meegebakken met de (gist)bodem. Een rijstevlaai is dus Limburgse vlaai, maar een rijstevlaai met slagroom is gewoon vlaai. Zo leer je nog eens wat!


Wij mogen kiezen uit een fruitvulling. Ik kies voor kroonsele (kruisbessen). Blijkt dat juist het fruit waarbij je de meeste suiker moet toevoegen. Eigenlijk ook logisch Steef want kruisbessen zijn best zuur, maar goed, ik koos ‘m natuurlijk om een andere reden. Was ik opgelucht nadat ik het deeg had gemengd, uitgerold en in m’n bakvorm had gedaan en m’n handen weer schoon waren, moet ik nu weer in de prut om het fruit te mengen met de suiker en bindmiddel. Gelukkig hoef ik het niet ook nog eens te kneuzen, zoals de abrikozenbakkers.
En dan is het eindelijk zover: de deksel! Natuurlijk volg ik braaf de instructie van bakker Roel maar ik kan het niet laten om te vragen of ik lettertjes mag maken. “Als jij dat kunt, dan mag jij dat.” Dat laat ik me natuurlijk geen tweede keer zeggen. Mijn aandacht voor de rest van de uitleg verslapt en ik sta druk te rollen en te kneden maar alles wat er uit mijn handen komt zijn geen strakke stukjes deeg waarmee ik een letter kan vormen. Het ziet er eerder uit als een paar albino naaktslakken.

Vervolgens moet de vlaai nog een soort suikerdouche ondergaan voor de topping, maar die houd ik een beetje beperkt vanwege de hoeveelheid suiker die er al in zit. Ik wil mijn schort al uit doen, maar word terug gefloten want de vlaai moet nog uit de oven en uit de vorm. Dat laatste mogen we zelf doen en ik schijt weer zeven kleuren. Zo’n bakvorm is natuurlijk gloeiend heet en uiteraard heb ik hier ook geen ovenwanten. Deze actie heb ik wel laten vastleggen door mijn collega’s. Alles voor de content he…
Vol trots schuif ik mijn zelf gebakken Limburgse kroonselevlaoj in het rek om af te koelen. “Oh dat was wat als je ‘m nu liet vallen he haha.” Ja, van je collega’s moet je het maar hebben.
Een dag later, als ik een eerste stuk proef, ben ik echt verbaasd over het resultaat. Heb ik dit gemaakt?! Zonder meel in mijn haar (en haar in mijn meel), deeg op mijn kleren of brandwonden aan mijn vingers? “Prima vlaaitje” is het oordeel van manlief. Ik glim van oor tot oor. Je zou het bijna vaker gaan doen. Maar laat mij er maar over schrijven. Buiten mijn comfortzone he, die blogs zijn het leukst. Daar worden mijn handen tenminste niet vies van.





