Dat is het enige wat ik nog kon denken toen we al een uur op de autoweg in de file hadden gestaan, vervolgens een dik half uur toevoegden aan de teller in de rij voor de parking en daarna nog een half uur rondjes reden door downtown Gelsenkirchen tevergeefs zoek naar een parkeerplek. Geen positive thoughts, alleen “g*dverd*mme”. Ik kon wel janken.
Ik en stadionconcerten van Robbie Williams in Duitsland lijkt op de een of andere manier niet te matchen. Goede kaarten scoren is het probleem niet. In 2017 had ik rij 2 en nu hoofdtribune. Toen op 27 juni, nu de 25e. Al de hele week ben ik extra voorzichtig en ga ik niet op de fiets naar mijn werk. Want we weten allemaal hoe dat in juni 2017 afliep.

Lees mijn trauma terug in de blog van vorige week.
Maar hoe kan het toch dat geen een stad het geregeld krijgt qua logistiek rondom evenementen in een stadion? Dat onderzoek je toch vóórdat je zo’n geval bouwt, of denk ik nu weer “te simpel secretaresse”?!
Voor het eerst een nieuwe venue bezoeken brengt altijd stress met zich mee. Je doet je research, vraagt wat rond en bereid je zo goed mogelijk voor maar toch slaat de blinde paniek toe zodra er geen borden meer staan, alles vast loopt en de navi je een andere kant op stuurt. Op de plattegrond lijkt er ruim voldoende parkeergelegenheid te zijn rondom de Veltins Arena in Gelsenkirchen; er is zelfs een website waarop je live de resterende capaciteit van parkings B t/m E kunt volgen. Toch sluiten we vanaf de file op de autoweg naadloos aan op de file voor de parkings. Er komt geen beweging in en langzaam zie ik alle balkjes rood worden. Wat is dan wijsheid; blijven staan en wachten of een nabijgelegen woonwijk inrijden? In een split second moet je een beslissing maken en wat je ook doet het is altijd fout. We rijden een dik half uur rondjes en de enige vrije ruimtes bevinden zich bij uitritten. Inmiddels hebben we ook geen idee meer waar we zitten. Links en rechts zien we mensen hun auto op hoop van zegen langs de weg parkeren maar het risico dat we weggesleept kunnen worden, willen we niet nemen. Dus we sluiten opnieuw aan in de rij.
Inmiddels is het half acht geweest en we zijn al van drie uur vanmiddag op pad. Een afstand van een kleine twee uur rijden. Eerst dacht ik nog “het voorprogramma boeit toch niet”, nu denk ik alleen maar “we gaan het niet halen, €300 aan tickets gaat voor mijn ogen in rook op”. Het huilen staat me nader dan lachen en ik vervloek alles en iedereen om me heen.
One last shot… De meute volgen en de parking op waar nog 50% van de plekken vrij zou moeten zijn. Maar geen rekening houdend met het feit dat die volstaat met campers die dus dubbele plaatsen in beslag nemen én dikke auto’s met grootheidswaanzin. Er is geen steward te bekennen. Je zou toch anders verwachten van “ze Germans”.
Laten we zeggen dat we creatief gebruik maken van de enigszins vrije ruimte en daarna rennen we nog net niet (want dat kan ik niet) naar het stadion. Uiteraard moeten we daar ook nog voor drie kwart omheen om onze ingang te vinden én we hebben nog niks gegeten. Terwijl Erwin broodjes fixt, sta ik bij de merch. I mean, priorities hè, ik kan niet zonder een tourshirt thuis komen.
Met mijn broodje in mijn hand sta ik nog in de rij voor een sanitaire stop en om half negen zitten we op onze plek. Waar een Duitse mevrouw ook nog vraagt of we één stoel willen ruilen, zodat ze naast haar vriendin kan zitten. Uiteraard geen probleem, maar ik was zo oververhit dat ik haar gewoon niet begreep.
“Sorry, my German is not working today.”
Ik heb werkelijk nog nooit meegemaakt dat een show vijf minuten nadat ik zit, begint. Ik ben wel eens vaker tijdens het voorprogramma binnen gevallen, want daar kom je uiteindelijk toch niet voor. Maar ik had nog maar net tijd om mijn gehoorbescherming in te doen en mijn camera in de aanslag te houden.
“Hell is gone and heaven’s here” voelde niet eerder zo letterlijk als deze avond. De show doet alle stress van de afgelopen vijf uur vergeten en de Duitsers om me heen schrikken volgens mij van mijn eerste whoohoo’s op volle sterkte. Ik kan geen heel concert staan, maar toch doe ik het. Morgen heb ik spijt, maar zoals Robbie’s vrouw Ayda ook al tegen hem zei: “Enjoy the moment, you never know if it might be your last.”
En zo is het maar net. Ik kan hier geen genoeg van krijgen, al zie ik 20 keer dezelfde show en hoor ik 100 keer hetzelfde liedje. Dit is wat fan zijn voor mij betekent; de muziek raakt me tot in mijn ziel. Love my Life is mijn power song en Angels live houd ik natúúrlijk niet droog.
Knap trouwens, als je dat kunt terwijl een heel stadion er zo uitziet:

Hij noemde zichzelf de King of Entertainment en dat is hij. Ja, hij teert voornamelijk op zijn klassiekers, but who cares. Ik heb liever een heel concert dat ik kan meezingen dan een beetje hummen met de nieuwe nummers die ik nog niet goed genoeg ken. Het gaat om de vibe en die is altijd goed bij een concert van Robbie. I promise to grow old with you!
Maar de volgende keer wel weer gewoon in Amsterdam of iets dichter bij huis. En liever geen stadion maar een gewone concertzaal. Na afloop speelde het drama van voor de show zich namelijk in omgekeerde volgorde af. Ik ga het er maar niet over hebben. Moraal van dit verhaal is dat je in Gelsenkirchen extreem vroeg aanwezig moet zijn en misschien een AirTag in je auto moet leggen. Kan handig zijn, voor het geval je thuis wilt zijn voordat het weer licht wordt.
Maastricht heeft trouwens ook leuke concertlocaties, óók in de open lucht. Al zijn die ook niet altijd stressvrij…




