Ik kom hier aan en ik ben meteen blij

In sommige hotels heb je ibuprofen en stress away nodig. In andere… iemand die je knijpt zodat je zeker weet dat je dit niet droomt.

“Je gaat op reis en komt terug met een rugzak vol verhalen.”

Ja, laat die rugzak maar zitten en doe maar gewoon een lekkere leren tas maar verder klopt ie; na elke vakantie heb ik weer weken blogmateriaal. Meestal zijn het de Nederlanders en hun gedrag waar ik weer een boek over kan schrijven.

“Je kunt er ook níet over opwinden, want ze komen nou eenmaal overal. Wat wij ontdekken, vinden anderen ook.”

Zucht. Tja, maar toch is het leuker om boos te kijken van achter mijn zonnebril aan het ontbijt en te doen alsof ik het “Goeiemorrege” niet hoor c.q. versta. 

Heel af en toe gaat het ook wel eens gruwelijk mis en beland je op de pronto soccorso. Dat avontuur liep overigens af met “all izze good, berry berry good”. Maar soms weet je vanaf het eerste moment dat je ergens voet over de drempel zet “Dit. Komt. Goed.”

Na het fiasco van de boeking zonder boeking was het een verademing om aan te komen in ons laatste hotel. Na een omleiding en een halve hartverzakking vanwege de enorm steile oprit die een lichte geur van verbrand rubber veroorzaakte, viel er werkelijk een last van mijn schouders. We werden zó warm onthaald, ik hoefde niet eens mijn naam te noemen. Ook een vorm van hospitality natuurlijk, want op basis van onze paspoorten wist de receptioniste naar welke reservering ze moest zoeken. Maar dit soort details, daar ga ik goed op.

We kregen een rondleiding door het complex waarbij ik van de ene verbazing in de andere viel. En ik niet alleen; ik zag Stijns ogen met de minuut groter worden en ook Erwin – die niet snel in whoohoo-modus verkeert – zag ik goedkeurend knikken en glimlachen.

Terwijl wij de auto parkeerden (in een persoonlijk toegewezen vak) werd onze bagage naar de kamer gebracht. En van die kamer wist ik: hier ga ik goed slapen. Hoef ik niet het hoekje achter het gordijn te checken en kan ik zonder twijfel op mijn blote voeten douchen.

Mag ik hier maar vier nachten blijven? Kom me maar halen dan. Deze kan in het hokje Ultra Steefproof Superior.

Het enige waar ik kortsluiting van krijg is het besef dat ik nog steeds in Italië ben maar in het Duits word aangesproken. M’n Duits werkt (nog) niet maar m’n Italiaans ook niet meer dus dan maar Engels. Maar dat Duitse schept anderzijds ook weer orde in de Italiaanse chaos. Gewoon weten waar je aan toe bent; een vaste parkeerplek, een vaste tafel voor ontbijt en diner en bij elke maaltijd dezelfde gezichten in de bediening die na één keer weten wat je drinkt: cappuccino bij het ontbijt, Aperol bij het diner… Ik zei toch: Ultra Steefproof Superior.

Ik hou van luxe, maar je hebt luxe en luxe. Massa is kassa en een anoniem kamernummer zijn in een megagroot resort zijn is niet my kinda luxe. Kwaliteit boven kwantiteit en persoonlijke service maken dat ik ergens terug wil komen. Maar dit pareltje bewaar ik wel nog even voor mezelf want er was geen Nederlander te bekennen 😎.

Meer Steefproof