Ik heb niet echt last van FOMO. Als ik soms mensen om mij heen hoor vertellen over wat ze allemaal in hun agenda hebben staan – feestje hier, barbecuetje daar – krijg ik het Spaans benauwd.
Ik houd er niet van als elk weekend vol gepland staat, want dan heb ik voor mijn gevoel geen ruimte meer voor spontane dingen of rust als ik daar behoefte aan heb. Eén feestje per weekend en ook hier ga ik voor kwaliteit boven kwantiteit. Ik kies bewust voor activiteiten die mij energie géven in plaats van kosten.
Waar ik wel lichtelijk nerveus van word is FOMS: Fear of Missed Selfie. Het doet nog steeds pijn dat ik de uitnodiging voor de premiere van Better Man afsloeg, omdat het niet meer in de agenda paste. Waarom?? Mijn brave burger won het van mijn fearless fangirl. Mijn plichtsbesef van wat mijn hart me ingaf. En ik baal nog steeds want ik vraag me af of ik ooit dichterbij Robbie zal komen. Nou ja, met dat interview zal er waarschijnlijk ook wel een professionele foto van af kunnen 😜
It’s a fangirl thing
Ik hou van concerten, theatervoorstellingen, musicals… eigenlijk alles wat showbiz heet. Het heeft iets magisch. Hier in Maastricht gebeurde vroeger nooit zoveel, misschien dat dat mijn onweerstaanbare aantrekkingskracht verklaart. Alle “magic” gebeurde in de randstad dus áls er dan eens een bekend gezicht door de stad liep, werd ik accuut slap in mijn benen. “Starstruck” zoals mijn Sisters het wel eens noemen.
“Als jij weer eens staat te glimmen als een kerstboom naast een of ander bekend hoofd.”






Inmiddels is mijn handtekeningenboekje van vroeger en mijn album “Steef op de foto met…” goed gevuld en durf ik te zeggen dat ik tegenwoordig best wel cool ben als ik iemand tegenkom. Het voelt steeds natuurlijker en vanzelfsprekender dat ik mensen interview. Alsof ik ervoor in de wieg gelegd ben (en mijn roeping als Hitkrant verslaggever gemist heb). Maar dan wil ik natuurlijk wel serieus genomen worden als integere tekstschrijver (met een twist) en blogger. Keeping my cool on the outside, but go whoohoo on the inside. Het is blijkbaar iets wat ik vaker doe; lees mijn blog van vorige week nog maar eens.
Als geen ander ken ik de etiquette en werp ik mezelf echt niet voor de voeten van iemand waar ik nog niet mee op de foto sta. Dat heb overigens nooit gedaan.

Je merkt snel genoeg of iemand even geen zin heeft in foto’s. En oké, ik kan natuurlijk best enthousiast overkomen, maar zoals ik sommige buitenlandse fans de mannen van Take That weleens vast zie pakken om hen bijna te dwingen tot een selfie, dat zal ik nooit doen. Always whoohoo with respect. Dan zet ik een stap terug en vertrouw ik erop dat mijn tijd nog wel komt.
Zo liep ik jaren achter de feiten aan met Flikken Maastricht. “Oh ze waren dáár…” of “He Steef, wist je dat…” Inmiddels val ik regelmatig met mijn neus in de boter. Al dan niet na een beetje speurwerk. Hoewel ik me na De Hysterie van een paar jaar geleden (met het schaamrood op mijn kaken als ik eraan terugdenk) wel iets terughoudender opstel. Misschien schrijf ik daar nog wel eens een blog (of twee) over. Ze zijn immers alweer volop aan het draaien voor seizoen 20 op dit moment.

Vroeger wist je de helft niet wat er gebeurde, dus ik miste nog wel eens wat. Toch droeg dat ook bij aan het gevoel van magie. Nu worden we door social media continu geprikkeld. En dat is aan de ene kant leuk, want mensen worden op een bepaalde manier ook bereikbaarder. Maar het ergste vind ik de gemiste kans. Fear of Missed Selfie is real.
Mijn hoofd krijgt kortsluiting van de kennis dat Justin (Timberlake) op de golfbaan achter mijn huis een balletje sloeg. Dat Robbie de dag voor zijn concert wildvreemden op staat in Amsterdam vroeg of ze met hém op de foto wilden. Robbie die bij Ed Sheeran op het podium springt (een paar jaar geleden)… Soms vervloek ik die social media om alles wat ik op een presenteerblaadje voorgeschoteld krijg en misschien liever niet had geweten.

Vorig jaar ging Erwin mee naar het concert van Take That. Ik deed verwoede pogingen bij de artiesteningang om mijn boek af te leveren. Helaas zonder resultaat.
Na een korte nacht vertrokken we de dag daarna weer in alle vroegte. Mijn vriendinnen gingen nog naar het hotel van de mannen, maar het was té vroeg voor mij om te kunnen bedenken dat ik met hen mee kon gaan en later met de trein terug. Toen ik weer thuis was, de foto’s zag en de verhalen hoorde, kon ik alleen maar denken wat ik altijd denk als ik weer iets gemist heb: “Kut, kut, kuuuuut… waar was ik?!” Gelukkig is de kortsluiting meestal van redelijk korte duur en heb ik al snel weer een nieuwe missie. En oneindig veel verhalen om te vertellen (als een glimmende kerstboom).




