Ik ben altijd en nooit op vakantie

Twaalf en een half jaar geleden begon Saskia Balmaekers (1980), geboren in Meerssen vlakbij Maastricht, een blog met reistips voor Italië. Een blog die ik al jaren met plezier volg en waar ik veel (betrouwbare) tips en inspiratie uit haal. Ook schreef ze een aantal boeken die helemaal Steefproof zijn. Na een studie Vrijetijdswetenschappen in Tilburg en vijftien jaren wonen en werken in de randstad, is ze sinds een paar jaar weer terug in het zuiden.

Niet alleen haar blog is een inspiratie voor me, maar ook zij zelf. Hoe lukt het haar bijvoorbeeld al 12,5 jaar om elke dag een nieuwe blog online te zetten? Hoog tijd voor een Twisted Talk op het terras bij Il Bacaro in Maastricht.

Hoe kwam je op het idee om Ciao tutti te starten?

“Het was eigenlijk het idee van mijn broer. Vroeger maakte ik van elke reis een schriftje. Verzamelde onder andere kaartjes van restaurants en schreef erbij welk gerecht je daar echt moest proberen.”  

Ik begin te glunderen want dit is precies wat ik vroeger ook deed. Of eigenlijk nog steeds doe…. Aandachtig luister ik verder.

“Hij ging op een gegeven moment met een van die schriftjes naar Rome en had het zo geweldig gevonden dat hij zei: “Dit moet je online zetten zodat er meer mensen gebruik van kunnen maken!” Maar ja, op dat moment (2009) had ik thuis nog niet eens internet, laat staan dat ik wist hoe ik een website moest bouwen. Toch besloot ik het gewoon te proberen, want wat had ik te verliezen? Hij deed het technische stuk en ik schreef de teksten. En hoewel hij het in eerste instantie geen goed idee vond, wilde ik elke dag een nieuwe blog plaatsen. Dat doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds.”

Inmiddels bestaat Ciao tutti alweer 12,5 jaar. Waar haal je al die inspiratie vandaan om elke dag een blog te plaatsen?

“Inspiratie is overal en die heb ik genoeg om elke dag wel tien blogs te schrijven. Maar helaas is dat qua tijd niet haalbaar. Ik maak per maand een planning welke bestemming(en) ik aandacht wil geven en kijk dan wat ik daarvan nog op de plank heb liggen. Meestal heb ik ideeën die ik nog verder uit moet werken en soms update ik oude blogs met nieuwe informatie. Tijdens een reis maak ik zoveel mee en doe ik zoveel indrukken op, dat ik daar gemakkelijk een maand aan content mee kan vullen. En ik volg natuurlijk ook heel veel zodat ik altijd op de hoogte ben van de nieuwe restaurants, musea maar ook films en boeken die iets met Italië te maken hebben.”

Kijk, dit is weer een leerpunt voor mij; informatie verzamelen en leren doseren. Ik ben nogal van de spontane inspiratie die ik dan meestal acuut online gooi. Zo heb ik soms dagen achter elkaar nieuwe blogs en posts en soms weken niet. Ik hou van spontaan maar blogger wise is dat niet altijd handig.

Had je er in het begin nog een andere baan naast of was je meteen full time blogger?

“Toen ik begon met Ciao tutti werkte ik fulltime bij een uitgeverij. Na ongeveer anderhalf jaar stapte ik over naar een andere baan, waar ik nog anderhalf jaar bleef. Uiteindelijk was ik drie jaar na de start fulltime blogger.”

Wauw. Ik voel een mentale schop onder m’n kont. Ik zie dit altijd bij andere bloggers maar nooit bij mezelf. Inmiddels blog ik me al bijna 6 jaar een slag in de rondte, maar zonder enige planning gaat dat natuurlijk nergens heen. Langzaam maar zeker begin ik wel een plaatje van mijn ideale klant te krijgen en lijkt mijn niche zich te beperken tot fangirlen en la dolce vita. Dus wie weet wordt het nog wat met me…

Onze liefde voor Italië hebben we dus gemeen. Hoe begon dat bij jou? 

“In de zesde klas van het gymnasium gingen we op reis naar Rome.”

Haha, ja wie niet. Nou, Steef dus. Want met een bus en klasgenoten naar een pension was toen al niet Steefproof. Maar ga verder, sorry voor deze flashback.

“De bus zette ons af op het Piazza del Popolo. We liepen omhoog naar in het uitkijkpunt in het park Villa Borghese. En daar stond ik. Dat uitzicht…. Ik had meteen het gevoel ‘hier hoor ik thuis’. Twee jaar later, in 2000, kreeg ik de kans om met de universiteit naar Rome te gaan. Door het enthousiasme van de gids die zoveel kennis deelde en vloeiend Italiaans sprak, wist ik ‘Dit wil ik ook’.”

En wanneer en hoe heb je vervolgens Italiaans geleerd?

“Tijdens mijn studie aan de Universiteit van Tilburg volgende ik Italiaans als keuzevak. Vervolgens ‘solliciteerde’ ik bij het Italiaans instituut in Amsterdam om in aanmerking te komen voor een beurs om een taalcursus in Italië te volgen. Aangezien ik al twee keer in Rome was geweest, koos ik dit keer voor Florence. In 2003 verbleef ik daar vier maanden en daardoor heeft mijn Italiaans nog altijd een Toscaans accent.”

Italiaans leren is ook nog iets wat op mijn bucketlist staat. Maar vier maanden op taalcursus is niet zo Steefproof haha. Dus om te beginnen omring ik mij in het dagelijks leven met Italiaanse collega’s op mijn werk en als ik Saskia later hoor praten met een Italiaanse onderneemster in onze stad dan geniet ik gewoon. Versta er geen drol van, maar het klinkt toch zo heerlijk!

Over heerlijk gesproken; snak je als je in Italië bent ook wel eens naar een Hollandse hap?

“Nee.”

Oké, duidelijk haha.

“Het enige dat ik soms mis als ik langere tijd in Italië ben, is fietsen.”

Ik kijk haar aan met opgetrokken wenkbrauwen en vraag nog een keer: “Fietsen?!” Oké, daar houden onze overeenkomsten dus op. Ik zou het op het fietspad in Rimini al doodeng vinden, laat staan langs al die smalle Italiaanse weggetjes… Brrr… nee, niks voor mij. Ander onderwerp, terug naar eten.

Kook je thuis ook Italiaans?

“Ja, ik ben niet zo van de aardappelen, groente en vlees. In de zomer maak ik graag salades en als ik gasten heb bijna altijd risotto. Veel mensen vinden dat blijkbaar toch moeilijk of veel werk. Ik vind het heerlijk om het ‘from scratch’ te maken.” 

Jep, dat kan ik beamen. Mijn risotto komt uit Italië maar wel uit een pakje. 

Ga je voor vakantie nog naar een ander land of altijd alleen Italië? Kun je dan ook echt vakantie vieren of ben je stiekem altijd een beetje aan het werk?

“Ik zeg wel eens: ik ben altijd op vakantie en ik ben nooit op vakantie. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit ergens anders naartoe ben geweest. Oh jawel, een keer naar New York.”

Ik begin weer te glunderen want New York City is na Italië een van de weinige bestemmingen met een speciaal plekje in mijn hart.

“Maar die tickets had ik gewonnen, met een artikel over Bologna. En je moest er ook echt mee naar New York, je kon het niet wisselen met een andere bestemming. Dus daar ging ik naar Little Italy. Ik ben altijd met Italië bezig. Met een eigen bedrijf ben je ook nooit echt vrij; ik werk zeven dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Anderzijds heb ik wel de vrijheid om – zoals nu – midden op de dag op het terras zitten. Als je leuk vindt want je doet, dan voelt het niet als werk.”

Heb je een favoriete regio en wat is je favoriete stad?

“Haha, dat is als vragen wie je lievelingskind is!” lacht ze. Daarna is ze even stil. “Dan moet ik toch Florence zeggen” vervolgt ze. 

Ik had gedacht dat ze Siena zou zeggen. Een stadje waar we allebei verliefd op zijn. “Maar Siena is op zich heel gesloten en in de winter ook heel ‘doods’.” 

Ik denk dat ik snap wat ze bedoelt. Het is volledig autovrij en als de toeristen weg zijn, dan lijkt me dat er niet veel over blijft. “Florence is net even wat levendiger maar weer minder druk dan Rome. Aangezien ik er gestudeerd heb, weet ik een beetje hoe het zou zijn om er te wonen. Maar ook weer niet voor langere tijd. De steden in het noorden vind ik prachtig, maar als favoriete regio kies ik dan toch voor het zuiden. Daar is het platteland mooier. Als ik tussen Puglia en Sicilië moet kiezen, dan wint de laatste vanwege de keuken.”

Zou je in Italië willen wonen?

“Elke keer als ik in een stad loop, vraag ik het mezelf af. Het antwoord is negen van de tien keer “Ja”. Vroeger dacht ik dat ik op mijn 35e een huis in Italië zou hebben, maar ik geniet nu van het beste van twee werelden; in Italië en in Nederland. Ik denk dat je de roze bril een beetje kwijt raakt, als je al dat moois continu om je heen hebt.”

Tot slot: ben je Team Tent of Team Vijf sterren?

“Als ik echt moet kiezen, dan Team Vijf sterren. Maar geen groot, anoniem hotel. Het liefst houd ik van een kleinschalige B&B. Waar de eigenaar me meeneemt me in “zijn” wereld. Iemand die me tips kan geven over de omgeving.”

Ik begrijp precies wat ze bedoelt. Je moet mij ook niet in zo’n mega all in resort in Turkije zetten. Of tussen de ameeeeeeejzing Americans. Hoewel een Hilton Hotel natuurlijk absoluut Steefproof is qua faciliteiten, service en meertaligheid. Maar een persoonlijke touch, bovenop hygiëne, comfort en ligging is voor mij ook sterren waard. Precies waar ik ook van houd. Misschien moeten we eens een keer samen gaan….

Meer Steefproof

I’m a writer, you know!

Joey Tribbiani (uit de serie Friends) had er waarschijnlijk geen last van, dat Imposter Syndrome. Regelmatig verkondigde hij “I’m an actor, you know!”, maar ondertussen

Verder lezen