How the TC saved my holiday

“Dit is géén vier sterren!” snik ik half happend naar adem door de telefoon.

Mijn vakantie moet perfect zijn. En ja, daar mag je wat van vinden, maar dit is hoe ik het voel. Ik ben niet van het avontuur, ik wil gewoon rust, luxe en comfort. Ik houd ook niet zo van hotel wisselen, tenzij het pas na een week is ofzo. Een rondreis vind ik niks omdat je dan de hele vakantie uit je koffer leeft. Die je dan voor vertrek heel efficiënt hebt moeten inpakken. 

Het liefst kom ik aan op mijn bestemming, pak op mijn gemak mijn koffer uit en richt de kamer en de badkamer in met mijn eigen spulletjes. De mannen liggen dan al in het zwembad, want ik weet natuurlijk precies waar de zwembroeken liggen in de koffer, dus die heb ik er zo uit gevist. Laat mij eerst maar even in mijn eentje acclimatiseren voordat ik me meng tussen andere vakantiegangers.

Ik vind het altijd spannend als we in een nieuw hotel aankomen. Wat voor indruk wekt de receptie, niet alleen de looks maar ook het personeel. Wat tref ik aan zodra ik de kamerdeur open…. Komt de werkelijkheid overeen met de foto’s op internet? Ik kies daarom vaak voor het vertrouwde; als ik weet dat het ergens goed is, waarom dan weer ergens anders naartoe? Ik ben niet zo van de risico’s…

Enter mijn Travel Counsellor.

Ze weet vaak beter dan ik zelf wat ik wel en niet wil. Daarom heb ik ook al eerder gezegd dat ik haar blind vertrouw. Ik kijk ook nooit naar reviews op Booking of TripAdvisor omdat dat in mijn ogen niks zegt. Iemand die gewend is om te kamperen in een tent in the middle of nowhere zonder wat voor voorzieningen dan ook en één keer naar een Ibis budget hotel gaat, kan dat fantastisch vinden en het beoordelen met een 9,2. Als je vier/vijfsterrenhotels gewend bent zoals ik, dan is Ibis budget absoluut niet Steefproof. Gelukkig hebben we allemaal onze eigen manier van vakantie vieren…

Voor onze vakantie naar Puglia heeft Vief twee hotels uitgezocht; eentje net buiten Martina Franca en eentje wat zuidelijker, dichter in de buurt van Lecce. Het hotel in Martina Franca is fantastisch. Ondanks dat het wat afgelegen ligt en het zwembad nog niet open is. Absoluut Steefproof. Maar na vier avonden elke keer met de auto eropuit voor het diner, met de nodige avonturen tot gevolg, kijken we er ook naar uit dat ons volgende hotel in een stadje/dorp ligt zodat we de auto kunnen laten staan. Hopelijk is het zwembad hier wel open en kunnen we ook dagje relaxen in het hotel. Daar hebben mijn enkel en ik wel behoefte aan, na al die uitstapjes die we de eerste dagen hebben gemaakt.

Op het moment dat we Cursi echter binnen rijden, slaat mijn hart geen slag over. Nee, het staat bijna stil. Lelijke, troosteloze, betonnen gebouwen. Kuilen in de weg. Niks of niemand te bekennen. Winkels en restaurants die er waren, zijn zo te zien al jaren niet meer open geweest. En het is dat er auto’s voor de huizen staan die blijkbaar aangeven dat er mensen wonen want zo ziet het er absoluut niet uit. Smalle straatjes kunnen charmant zijn, hier hoop je dat je niet plotseling iemand uit een hoek springt voor je auto. My god, waar zijn we in hemelsnaam beland?!

Bij de receptie is niemand te bekennen. Bij de “poolbar” kunnen we lunchen, maar vrijwel niks op de kaart is beschikbaar. Behalve een broodje uit de diepvries en coffeepad-koffie. En als klap op de vuurpijl “Kan ook gewoon in het Nederlands hoor” als antwoord op mijn “Ciao!” bij wijze van begroeting naar een andere hotelgast. Zucht, ook dat nog.

Ik krijg de indruk dat het voor de eigenaar godsgruwelijk vermoeiend is dat er iemand om 14:00 uur aan zijn balie staat, terwijl inchecktijd 16:00 uur is. Dat de receptie van 08:00 tot 20:00 bemenst is, wil niet zeggen dat hij er moet zitten, toch?! Als ik de kamerdeur open doe, wil ik spontaan in tranen uitbarsten. Moet ik hier serieus nog vier nachten doorbrengen? Het is schoon. Niet geheel onbelangrijk maar daar is alles mee gezegd. Het bed is doorgezakt, de kussens stellen niks voor. De kamer is te simpel voor woorden en de badkamer…. Tja, die is schoon. Punt. Maar dit is geen viersterrenhotel. Echt niet.

En het zwembad? Oh ja, dat is gewoon open. Doe ermee wat je wil. Alleen krijg ik niet de indruk dat het schoongemaakt c.q. onderhouden wordt.

Alles in mij schreeuwt dat ik hier zo snel mogelijk weer weg wil. Als we met onze eigen auto waren geweest had ik waarschijnlijk gezegd “we draaien om”. Nu schiet het door mijn hoofd om onze vlucht om te boeken.

Ik wil niet in tranen uitbarsten waar mijn mannen bij zijn, dus ik stuur ze naar het zwembad en zeg dat ik “de spullen ga uitpakken” (uhuh), maar ondertussen bel ik Vief. Snikkend, happend naar adem en half hysterisch weet ik uit te brengen dat de beelden op internet niet overeenkomen met de werkelijkheid. Ze heeft zoals altijd aan een half woord genoeg en is al aan het zoeken naar alternatieven.

Indoor pool, outdoor pool, in een stadje, parking bij het hotel, loopafstand tot het centrum en het strand…. En dat alles op slechts een half uur rijden van dit grafgat. Het liefst vertrek ik a la minute, maar er is wat administratie voor nodig. Dus we blijven één nacht. Blijven inderdaad, want slapen is een groot woord. Dat doe ik morgen dan wel weer. In mijn oprecht luxe hotel. Waar we uiteraard RUIM voor inchecktijd arriveren maar met open armen worden ontvangen: 

“Stefanie? I heard your story from last night…. Please, check the room we have available for you and let me know if you like it.”

Bijbetalen wordt het sowieso maar het kan me geen drol meer schelen. Dan koop ik wel een tas minder. Mag toch niks meenemen in die koffer. Luxe is een keuze. And I don’t settle for less. Not anymore.

Meer Steefproof

I’m a writer, you know!

Joey Tribbiani (uit de serie Friends) had er waarschijnlijk geen last van, dat Imposter Syndrome. Regelmatig verkondigde hij “I’m an actor, you know!”, maar ondertussen

Verder lezen