Ja, er is altijd een oplossing en die oplossing is voor mij: Vief bellen! Je moet je reisadviseur slash business coach slash therapeut immers wel aan het werk houden. Na afloop kunnen we er altijd om lachen. “Ik vond al dat het veel te soepel verliep!” Maar op het moment suprème is er maar één iemand bij wie ik mijn paniek kan ventileren en dat is Vief.
We hadden deze vakantie; een combinatie van Oostenrijk en Italië waarbij we in twee van de drie hotels al eerder verbleven, nog nooit zo snel geboekt. Geen ingewikkelde roadtrip, geen tussenstops en vooral – driedubbelcheck aan de voorkant – geen overboekingen. Signed, sealed, delivered en door.
“Ik heb alle hotels zelf nog een keer gecheckt” verzekert Vief me. “Dus je hoeft je echt geen zorgen te maken.” Trust me, het laatste waar ik mij zorgen over maak bij een vakantie zijn de hotelreserveringen. Ik vertrouw daarin echt blind op Vief. Ook vorig jaar, toen de receptioniste steeds zenuwachtiger werd omdat ze onze boeking niet kon vinden. Ik belde Vief, wist dat zij het zou regelen en had eigenlijk meer stress van het uitzoeken van mijn outfits omdat ik de komende nachten steeds van kamer zou moeten wisselen, dan dat ik bang was dat ik geen dak boven mijn hoofd zou hebben.
Dit jaar ontdekte ik ook een andere stressverlagende factor: nog even een concertje doen en daar een blog over schrijven… 36 uur voor vertrek. Er ging zoveel door mijn hoofd dat ik mijn brein echt moest dwingen om me te focussen op een ding tegelijk. Vóór het concert: koffer inpakken. Tijdens het concert: zoveel mogelijk opnemen met al mijn zintuigen. Na het concert: al mijn ervaringen meteen verwerken. Slapen doen we overmorgen wel aan het zwembad.
Met de auto op vakantie is voor mij een stuk minder stressvol dan met het vliegtuig. Paspoort, creditcard en mijn bril mee en de rest kan ik allemaal in Italië kopen als het nodig is. Geen bagagelimiet of gedoe met vloeistoffen. Maar zodra er tijdens het rijden een lampje gaat branden, is het ineens een stuk minder relaxt en schiet de adrenaline bijna uit mijn hersenpan. Wat betekent dit, wat moeten we doen en waar zijn we eigenlijk precies?! Error error error. En dan in zo’n handboek van 30.000 flinterdunne pagina’s proberen op te zoeken wat dat lampje betekent.
Lang verhaal kort: nadat we even zijn gestopt en de auto daarna opnieuw starten, brandt het niet meer. Gevalletje “Heeft u hem al uit en opnieuw aangezet, mevrouw?” hopen we dan maar. De rest van de vakantie hebben we het lampje niet meer gezien en er daardoor ook niet meer aan gedacht. Naïef? Wellicht. Maar je wil er ook niet je hele vakantie door laten beheersen.
In alle vroegte beginnen we twee weken later vol goede moed aan onze terugreis. Geheel volgens plan passeren we de bekende filepunten (Firenze, Bologna, Milaan en de grens met Zwitserland) nog vóór de beruchte filetijdstippen. Ik app het net naar iedereen… “Bijna bij de Gotthard, gaat lekker, nog rustig op de weg.” En alsof ik het jinx… * ping * daar istie weer!
“GVD!” – do not pardon my French – is het eerste wat we allebei denken.
Als je bekend bent met deze route, dan weet je dat er nog één tankstation is voor de tunnel en dat je ook de afslag naar de Gotthardpas kunt nemen. Maar om te voorkomen dat mensen via deze rijbaan de file proberen af te snijden, kun je – eenmaal op deze baan – niet meer wisselen. Omdat we in een fractie van een seconde een beslissing moeten nemen, omdat Erwin merkt dat de motor vermogen verliest, nemen we de afslag. Ervan uitgaande dat die ook bij dat tankstation uitkomt.
Ja, maar alleen aan de achterkant, waar slechts vijf parkeervakjes zijn. Gelukkig kunnen we daar parkeren, maar ruimte voor hulpdiensten is er niet. Tijdens het telefoongesprek met de pechhulp weet ik mijn zenuwen nog binnen de perken te houden, maar daarna heb ik het niet meer. “Ik moet Vief bellen” zeg ik tegen Erwin. Niet mijn moeder of mijn beste vriendin, nee Vief.
Mijn hoofd maakt geen overuren maar heeft net een driedubbele dag-nacht-en-weer-dagdienst gedraaid. Wat als dit? Wat als dat? Doemdenken en overanalyseren is what I do. Ik wou dat ik het stil kon zetten en net als mijn man zou kunnen denken: “We staan veilig, er komt hulp aan en het enige wat we nu kunnen doen is wachten en er het beste van maken.”
En vervolgens komt er serieus een potje Rummikut (geen typo) op de betonnen picknicktafel. Waar ik aan zit te snikken in mijn telefoon.
Op datzelfde moment komt hij weer voorbij: de witte vlinder die ik al de hele vakantie tegenkom. Op elke nieuwe plek waar we komen; of het nou een pauzeplek is, een volgend hotel of een stadje dat we bezoeken. Overal is hij de eerste die ik zie. En ik zeg ‘hij’ omdat jij ook wel weet wie ik bedoel. “Geen dikke benen maken meissie. Het komt wel goed.” Net als Vief zegt: “Geen paniek, er is altijd een oplossing.”
En die oplossing komt er, dik drie uur later, in de Zwitserse versie van Jason Statham. Ik had gehoopt op gewoon de Nederlandse ANWB, maar zo werkt dat blijkbaar niet. Dus in ons beste Duits met een vleugje Engels en hier en daar een verdwaald snufje Nederlands ‘hè’, proberen we duidelijk te maken om welke lampjes (ja, inmiddels meervoud) het gaat. Overigens leidt hij ons eerst naar een veiliger plek dan die enkele parkeerplaatsjes achter het tankstation. Zie je, ook daar is een oplossing voor.
Na een soort harde reset (stekker eruit, vijf minuten wachten en alles weer opnieuw opstarten), maakt hij even een proefrit. Wie rijdt er mee? “Euh… HIM, euh Er!” En ik wijs naar Erwin. Terwijl Stijn en ik staan te wachten, bedenk ik of ik een foto ga maken voor bij de blog die ik hierover ga schrijven. Ik besluit het niet te doen. Om het lot niet verder te tarten.
Tien minuten later komen ze de berg af gesjeesd. Erwin met een big smile op de bijrijdersstoel. Jason stapt uit. “Das ist für Dich. Gute reise!” Ik wil nog honderd vragen stellen, maar houd het maar bij “Is it really safe to drive home, 700 kilometres?” “Ja ja, alles gut, alles gut!” En in zijn kanariegele tovertruck knalt hij weg, een hand aan het stuur, in de andere zijn mobiel. Hij is vast niet Vief aan het bellen, dus dat doe ik maar.



