Never change a winning formula. Ofwel: als je doet wat je altijd doet, dan krijg je wat je altijd krijgt. En wat vakanties betreft, vind ik dat helemaal prima. Want dan weet ik tenminste wat ik kan verwachten. Dat lees je ook om de zoveel pagina’s in mijn boek. Reizen op zich vind ik al stressvol genoeg. Daar moet niet nog eens de onzekerheid wat ik aantref achter de deur van mijn hotelkamer bijkomen.
Maar om te groeien als persoon, moet je soms uit je comfort zone stappen. En dus een keer Novotel boeken in plaats van Van der Valk. Dat is het enige dat we zelf boeken: hotelreserveringen van één nacht. Ik heb alleen niet altijd zin om weer iets nieuws te bedenken voor een korte spring break dus komen we vaak uit bij de vertrouwde kers op de appelmoes.
Het aan mijn man over laten vind ik een klein risico, want grote kans dat ie dan weer met een Landal huisje aan komt zetten. En ik haat huisjes. Maar ik heb ook geen zin om uren te zoeken naar een Steefproof hotel (hence The Travel Club). “Hier, midden in het centrum, met een parking naast het hotel.” Oke, ik moet toegeven: af en toe heeft hij best goede ideeën. En duidelijk meer geduld dan ik.
Dus gingen we deze meivakantie – waarin we allebei niet echt vakantie hadden, maar wel een paar extra vrije dagen – een weekendje naar Brugge. Met jonge kinderen zoek je onbewust toch naar hotels met bepaalde voorzieningen, maar met een puber is een suite met een eigen slaapgedeelte eigenlijk al prima. Klinkt alweer lekker decadent, Steef. Viel best mee, maar ja, vijfsterrenprinses of niet he. Dit was een viersterrenhotel overigens. En voor minder doe ik het echt niet.
Anyhow, het lag dus midden in het centrum en ik begin al rood uit te slaan als je door die smalle, onbekende straatjes moet navigeren. Tegenwoordig zit de puber regelmatig op de bijrijdersstoel, maar dat betekent niet automatisch dat hij ook mijn taak – het wantrouwen van het navigatiesysteem – overneemt. Maar gelukkig rijden we zonder veel gestress zo de parkeergarage (inderdaad naast het hotel) in, vinden we snel een plekje “Wel veel Nederlanders hier” en is onze kamer zelfs al beschikbaar vóór de officiële inchecktijd.
Nou, laten we dan maar meteen een terras opzoeken voor de lunch!

In de fotogenieke straatjes van Brugge kijk ik mijn ogen uit. Natuurlijk wil ik overal selfies maken. Maar mannen met honger hebben daar geen zin in. Ik ben ook niet de enige die foto’s maakt, want je struikelt over de toeristen. Veel Nederlanders maar vooral ook Amerikanen die hun cruiseschip voor een paar uurtjes verlaten hebben. Vraag me overigens nog steeds af waar die schepen liggen…
Stijn heeft onderweg de nodige YouTube research gedaan en dé hotspot gevonden waar hij ons als een ware gids naartoe leidt: House of Waffles. Deze twee millennial boomers hadden er uiteraard nog nooit van gehoord, maar voor een goede wafel ben ik altijd in. De muren (en de menukaart) staan vol met legendarische uitspraken die “gewaffled” zijn. Zoals “Just waffle it” (Michael Jordan, Just do it) en “I have a waffle” (Martin Luther King, I have a dream).
Ook staat er voor eens en voor altijd het verschil tussen een Luikse en een Brusselse wafel uitgelegd: een Luikse wafel is wat kleiner en zoeter en er zitten suikerklontjes in. Een Brusselse is groter, lichter en knapperig. Deze wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor een hartige variant. Ik ga voor een Luikse, met aardbeien en slagroom. Alvast een beetje zomer op mijn bord.
Nadat we onze calorieën hebben aangevuld en de eerste Brugse Zot soldaat is gemaakt, vervolgen we onze weg langs de eindeloze chocoladewinkeltjes. De ene etalage is nog mooier dan de ander. De prijzen ook. Eigenlijk wil ik wel een doosje échte Belgische chocolade mee naar huis nemen. Stijn gaat even binnen kijken wat het kost… Maar komt met grote ogen direct weer naar buiten: “125 euro per kilo!” Oke, laat maar. Daar kun je ook een tas voor kopen. En die gaat net even wat langer mee.


Op de Grote Markt zitten de terrassen goed vol en met die zon op je kop krijg je er meteen vakantiegevoel van. Het grote Belfort is overigens ook terug te vinden in Lego bij Brugs Brickhouse in de Smedenstraat. Zeker een bezoekje waard! Ook vind je in de grote winkelstraten zoals de Noordzandstraat leuke conceptstores. Ik kocht bij Boutique Ensemble bijvoorbeeld een paar oorbellen en een onweerstaanbare pin. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriendin… Altijd leuk om zo kleine ondernemers te steunen en zelf iets leuks te scoren. Goed om te weten trouwens dat niet alle winkels in Brugge op zondag open zijn.


Ook goed om te weten: het ruikt niet overal even lekker. Er rijden namelijk continu paardenkoetsen rond en die arme knollen laten wel eens iets vallen. Wordt over het algemeen direct schoongemaakt, maar toch stinkt het. En ze lopen vlak langs je dus ik kreeg elke keer een halve hartverzakking als ik weer hakken hoorde die meer geluid maakten dan ik.
Overigens begrijp ik niet dat toeristen hier geld aan blijven uitgeven, want op die manier houd je dit verdienmodel in stand. En ik kan me niet voorstellen dat die dieren goed behandeld worden, als ze dag in dat uit 100 keer hetzelfde rondje moeten lopen. Nog dommere toeristen steken vlak voor zo’n koets nog even snel de straat over. Die gun je vervolgens wel zo’n paardenflats.
Tussen het shoppen door, checken we hier en daar een menukaart om alvast een restaurantje voor vanavond uit te zoeken. De keuze is reuze, maar vaak ook dertien tourist menu’s in een dozijn. De leukste plekken vind je meestal niet aan grote pleinen. Het Walplein is iets rustiger en daar is tevens een grote trekpleister van de stad te vinden: Brouwerij De Halve Maan. Bekend dus van de Brugse Zot en met een heuse ondergrondse pijpleiding waardoor het bier van de brouwerij naar de bottelarij drie kilometer verderop stroomt.
We gaan naar binnen voor een drankje, maar blijven direct plakken want het stoofvlees wordt hier uiteraard bereid met het eigen bier. Dat willen we alledrie wel proeven. En voorspelbaar als ik ben, neem ik een garnalenkroket als voorgerecht. Maar in de categorie “Die zag je niet aankomen”: ik dronk er een heus rosébiertje bij! Want ik durfde geen pinot grigiot te bestellen in een bierbrouwerij.



Voordat we huiswaarts keren, maken we nog een stop in Oostende. Maar eenmaal daar, hebben we direct spijt dat we niet langer in Brugge zijn gebleven. Het strand is wel schoner en veel breder, maar waar wij gewend zijn dat strandtenten ook echt op het strand liggen, ligt hier alles aan de boulevard en die oogt ook niet echt gezellig. We hebben prima gegeten, maar het is wel “door eten en plaats maken”. Een beetje een anticlimax na zo’n hoogtepunt als Brugge. Dat is, ondanks de vele toeristen, Steef approved.




