Rimini met hindernissen

Coronacation – the sequel – deel II (klik hier voor deel I)

Siamo arrivati, we zijn gearriveerd maar mamma mia (om even in Italiaans temperament te blijven) ik had me mijn hereniging met mijn geliefde Villa in Rimini iets romantischer voorgesteld. Niet dat we geconfronteerd werden met een volle parkeerplaats en een naar kaas stinkend zolderkamertje. Ja echt waar. Ik kreeg gelukkig wel een happy end maar ik zal even bij het begin beginnen.

We vertrokken vanmorgen om 10:00 uur uit Lecco. Gelukkig zonder regenbuien. Vier en een half uur later – want filevrij rijden in Italia is vrijwel onmogelijk – reden we Rimini binnen. Het voelde meteen vertrouwd thuiskomen. De eerste anticlimax ontdekten we echter vrij snel want de free parking stond vol en de rest was “reserved”. Nou ja, dan maar dokken – dachten we nog lekker naïef. Naïef inderdaad want bij het inchecken kwamen we erachter dat dat helaas volgeboekt was tot 1 augustus (en wij vertrekken de 2e weer). K*t. Hebben we eindelijk een eigen auto, zijn we veroordeeld tot de straat in een land waar niemand opkijkt van een deuk of krasje meer of minder.

Vervolgens kregen we een kamer op de vijfde verdieping. Ook al niet mijn lievelings, maar goed, het zal verder wel vol zitten. Het is immers bijna augustus…. Mijn eerste indruk als ik de deur open, is echter allerminst om over naar huis te schrijven. Om over de douche nog maar te zwijgen. Letterlijk een vierkante meter onder het schuine dak. Stijn kan erin staan, ik misschien ook nog net maar Erwin absoluut niet. En daarbij stinkt de hele kamer (maar de badkamer nog het meest): naar kaas. Dus ook al staan we dubbel geparkeerd op de parkeerplaats en zien we groen van de honger (want het is inmiddels 15:00 uur en we hebben onderweg niet veel gegeten), ik wil eerst een andere kamer.

“I am not happy with the room” – verkondig ik bij de receptie aan mijn vrienden. Ze hebben wel een andere kamer aan de voorkant (ja I know, die met die mooie balkons) maar daar past geen extra bed in. Dus of zoonlief tussen ons in kan slapen. Euhm… nee, dacht het niet. Come on, you can do better than this. Tja, dan is er enkel nog een kamer op dezelfde vijfde verdieping, maar aan de andere kant van de gang. We mogen wel even gaan kijken. Dat is nog steeds een zolderkamer maar wel wat ruimer en de badkamer is twee keer zo groot. En deze ligt aan de achterkant dus zal ‘s avonds wat rustiger zijn qua geluid. Oké, we doen het er maar mee. 

Maar die auto blijft een dingetje. We rijden een rondje maar langs het strand mag je maar maximaal 30 minuten staan. Langs de drukke doorgaande weg wíl je echt niet staan, dus we gokken op de woonwijk achter het hotel. Op hoop van zegen dat daar wat minder verkeer komt. Maar probeer vervolgens maar eens een Italiaanse parkeerautomaat te snappen. Aargh.

Op goed geluk gooi ik er €2 in en we gaan eerst een piadina eten. Maar hoe die auto daar staat, zit ons niet lekker dus we doen nog een poging tot onderhandelen bij de receptie. Helaas keren we onverrichterzake terug naar onze zolderkamer.

“If you see someone leave, go run to get your car!”

Voordeel is dat onze kamer uitkijkt op het zwembad en dus ook de parkeerplaats. Dus terwijl de mannen zich omkleden om dan maar even te gaan zwemmen, zit ik te gluren naar de buren. Geloof het of niet, maar ik zie net iemand vertrekken! We laten alles uit onze handen vallen en vliegen nog net niet naar buiten. Degene die vertrekt is echter een Italiaan dus terwijl Erwin naar de auto gaat en ik op de parkeerplaats loop te ijsberen alsof ik mijn plekje voor het podium bewaak, zit onze mede hotelgast op zijn gemak – molto tranquilo –  in zijn auto op (waarschijnlijk) zijn vrouw te wachten. In mijn beste Italiaans – want “no parlo Inglese” natuurlijk – vraag ik of hij weg gaat. Ja dat gaat hij maar hij komt wel terug. Dus eigenlijk zegt hij dat we zijn plek niet mogen bezetten. Maar dat er van de andere kant ook wel plek is voor twee auto’s. Tuurlijk, het blijft een Italiaan. Als het niet past, dan maken we het wel passend.

Erwin staat ondertussen aan de andere kant van het hek maar onze vriend moet er eerst uit voordat hij erin mag. Vlak voordat hij weg rijdt, benadrukt hij nog een keer dat we zijn plek moeten vrij laten. “Si, si, grazie amigo”. Voor de zekerheid maak ik maar even een foto zodat ik in ieder geval kan laten zien dat we een plekje voor hem hebben vrij gelaten. Maar als er iemand anders komt voordat hij terug komt, kan ik er natuurlijk niks aan doen. Zo verzekert me ook de receptioniste:

“He cannot ask you to move for him eh?! If he makes problem, you send him to me!”

Goed. Laten we dan nu maar vakantie gaan vieren. Hopelijk weten we nog hoe dat moet. Het weer werkt in ieder geval mee en vanavond ga ik veilig op mijn sneakers de stad in.

Meer Steefproof

I’m a writer, you know!

Joey Tribbiani (uit de serie Friends) had er waarschijnlijk geen last van, dat Imposter Syndrome. Regelmatig verkondigde hij “I’m an actor, you know!”, maar ondertussen

Verder lezen